Inschrijven

Openingsuren om in te schrijven

Openingsuren om in te schrijven

Voor DKO: 

Inschrijven in juni Voor leerlingen die ingeschreven zijn in het schooljaar 2018-2019 geldt een voorrangsregel tot 29 juni, zodat de verderzetting van uw opleiding gegarandeerd is. Deze voorrangsregel is voor alle graden van toepassing en ook voor de overstap naar een volgende graad.
Van 2 juni t.e.m. 29 juni 2019: van dinsdag tot vrijdag: 14 uur tot 21 uur, op zaterdag: 9 uur tot 15 uur.
 

Inschrijven in juli en augustus:
Van 2 juli tot 13 juli 2019 : van dinsdag tot vrijdag van 10 uur tot 19 uur, op zaterdag van 9 uur tot 15 uur.
Van 13 augustus tot 31 augustus : van dinsdag tot vrijdag van 10 uur tot 19 uur, op zaterdag van 10 uur tot 15 uur.
 

Inschrijven in september:
Van 3 september t.e.m. 28 september 2019:  van dinsdag tot vrijdag: 14 uur tot 21 uur, op zaterdag: 9 uur tot 15 uur.
 

Weekendlessen starten op dinsdag 6 september 2019

Lagere graad start op woensdag 4 september 2019

Weeklessen starten op dinsdag 3 september 2019

 

 

TARIEVEN 2019-2020

 

6.2. Tarieven

  • 67 EUR + 10 EUR werkingskosten: de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie.
  • 43 EUR + 10 EUR werkingskosten: de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie
  • 314 EUR + 10 EUR werkingskosten: tenminste de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie;
  • 132 EUR + 10 EUR werkingskosten: een leeftijd hebben tussen de 18 en 24 jaar op 31 december van het schooljaar in kwestie;

 

OF

  • de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie en voldoen aan een voorwaarde voor verminderd inschrijvingsgeld (categorieën zie 4.2.3);
  • 43 euro: de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het betrokken schooljaar en voldoen aan een voorwaarde voor verminderd inschrijvingsgeld (categorieën zie 4.2.3.).

Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex. De bedragen worden in de loop van februari bekend gemaakt via Schooldirect.

6.3. Voorwaarden en bewijsstukken voor verminderd inschrijvingsgeld

6.3.1. Algemeen

Alle verminderde tarieven worden gestaafd met een attest of document dat de geldigheid voor de korting bewijst hetzij op het moment van inschrijving hetzij in de maand september van het schooljaar waarvoor de korting wordt aangevraagd. De bewijsstukken kunnen zowel in schriftelijke als elektronische vorm, dus via e-mail, scan, foto… aan de academie overgemaakt worden.

Als de leerling op de dag van inschrijving geen attest of document kan voorleggen, maar wel in de loop van de maand september komt hij alsnog in aanmerking. Een veel gebruikte en verdedigbare werkwijze is in dit geval de leerling bij inschrijving 50% van het gewone tarief moeten betalen. De academie betaalt dan in het geval van een leerling van 25 jaar of ouder, het teveel betaalde geld terug na ontvangst van het bewijsstuk.

6.3.2. Categorieën van rechthebbenden

Om in aanmerking te komen voor het verminderd inschrijvingsgeld moet de leerling op de dag van de inschrijving aanminstens een van de volgende voorwaarden voldoen:

  • A: uitkeringsgerechtigd volledig werkloos zijn of daarmee gelijkgesteld;

Bewijsstuk:

  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling

OF

  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
  • B: verplicht ingeschreven zijn als werkzoekende op grond van de reglementering in verband met de arbeidsvoorziening en de werkloosheid;

Bewijsstuk:

  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB)

OF

  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
  • C: een leefloon van het OCMW ontvangen of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is;

Bewijsstuk:

  • een attest uitgereikt door het OCMW

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam
  • C: een inkomensgarantie voor ouderen of een rentebijslag ontvangen;

Bewijsstuk:

  • een attest afgeleverd door de Rijksdienst voor Pensioenen;

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam
  • D: erkend zijn als persoon met een handicap en een tegemoetkoming van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ontvangen;

Bewijsstuk:

  • een attest dat het recht aantoont op een tegemoetkoming aan personen met een handicap dat is uitgereikt door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;

OF

  • een rekeninguittreksel waaruit een tegemoetkoming aan personen met een handicap blijkt van de Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid;

OF

  • een European Disability Card conform het protocolakkoord van 10 oktober 2016 over het project European Disability Card tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, de Franse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Regering.
  • D: begunstigde zijn van een verhoogde kinderbijslag (erkend voor ten minste 66 %);

Bewijsstuk:

  • een attest van de FOD Sociale Zekerheid, met vermelding van 4 punten op het criterium ‘lichamelijke en psychische gevolgen van de handicap’;

OF

  • een attest van een kinderbijslagfonds of van het Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Famifed als het attest uitdrukkelijk vermeldt dat er een verhoogde kinderbijslag toegekend wordt wegens een handicap van ten minste 66%.

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam*
  • E: in een gezinsvervangend tehuis of in een medisch-pedagogische instelling of in een pleeggezin verblijven;

Bewijsstuk: een schriftelijke of elektronische verklaring van de directie van de instelling waar de leerling verblijft of die de leerling geplaatst heeft.

  • F: het statuut van erkend politiek vluchteling bezitten;

Bewijsstuk:

OF

  • een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister in de gemeente waar de leerling verblijft;

OF

Bewijsstuk:

  • een attest van de ziekteverzekering als het een geldigheidsperiode vermeldt en een graad van arbeidsongeschiktheid of mindervaliditeit van ten minste 66%;

OF

OF

  • een attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zaken, met vermelding van “vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen”.
  • K: begunstigde zijn van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

Bewijsstuk:

  • een attest van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming door het ziekenfonds dat is uitgereikt door de overheidsinstantie die de uitkering betaalt

OF

  • een attest dat de leerling een leefloon van het OCMW ontvangt of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is;

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam

6.3.3. UiTPAS

Houders van een UiTPASmet kansenstatuut komen in aanmerking voor het verminderd tarief, zonder bijkomende documenten te moeten voorleggen.

De gemeente waar de leerling woontreikt de UiTPAS op naam uit. Die gemeente of UiTPAS-regio, kent het kansenstatuut toe aan een of meer van volgende groepen van rechthebbenden: begunstigden van een leefloon, een inkomensgarantie voor ouderen, verhoogde kinderbijslag of verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

De academie kan het kansenstatuut van een UiTPAS verifiëren via specifieke identificatiesoftware van Publiq, een organisatie die in opdracht van de Vlaamse Overheid het UiTPAS-systeem beheert en de lokale besturen ondersteunt.

Met deze UiTPAS met kansenstatuut kunnen lokale besturen hun inwoners met geringe financiële middelen bovendien extra korting geven, en hen zo aanmoedigen om te participeren aan het culturele- en vrijetijdsaanbod.

Meer informatie zie Publiq – UiTPAS toegepast in Deeltijds Kunstonderwijs.

6.3.4. Personen ten laste van de rechthebbenden

Iedereen zonder eigen inkomen die op hetzelfde adres woont als een rechthebbende vermeld in 4.3.2. krijgt zelf vermindering.

Voorbeeld: Als een kind en beide ouders op hetzelfde adres wonen en één van beide ouders heeft recht op verminderd inschrijvingsgeld, maakt het niet uit bij wie het kind ten laste staat. Bij gescheiden ouders moet het kind op hetzelfde adres wonen als de ouder die recht heeft op verminderd inschrijvingsgeld.

6.3.5. Specifieke categorieën voor jongeren

Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar heeft recht op vermindering als hij voldoet aan minstens één van de volgende voorwaarden:

  • categorie H: deel uitmaken van een leefeenheid (bijvoorbeeld: gezin, pleegezin) op de dag van de inschrijving waarvan een ander lid het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie
  • categorie I: extra inschrijving in een ander domein aan dezelfde of een andere academie of de inschrijving voor de domeinoverschrijdende initiatieopleiding in combinatie met een domeinspecifieke eerste graad.

6.3.6. Bewijsstukken van andere regio’s of het buitenland

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten beslist of een attest uitgereikt door een andere Belgische of buitenlandse overheidsinstantie gelijkwaardig bevonden wordt met de hierboven opgesomde bewijsstukken.

Inzake werkloosheid aanvaardt de verificatie:

  • voor een inwoner van het Waals gewest: een attest afgeleverd door FOREMof ONEM, met vermelding van de categorie werkloosheid, waaruit blijkt dat zij/hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is of ermee gelijkgesteld;
  • voor een inwoner van het Brussels gewest: een attest afgeleverd door RVA/ONEM of actiris, met vermelding van de categorie werkloosheid, waaruit blijkt dat zij/hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is of ermee gelijkgesteld.

Inzake leefloon aanvaardt de verificatie voor een inwoner van het Brussels of Waals gewest: een attest afgeleverd door het CPAS .

Voor andere attesten neemt u contact op met uw verificateur.

6.4. Bijdrageregeling

Een bijdrage is het bedrag dat een schoolbestuur aan een leerling bij zijn inschrijving kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld. Deze bijdrage mag niet zo hoog zijn dat zij de participatiekans in het gedrang brengt.

6.4.1. Bijdrage voor regelmatige leerlingen (indien het schoolbestuur dit nodig acht)

Dergelijke bijdrage kan bijvoorbeeld gevraagd worden voor cursusmateriaal (alle benodigdheden die door het schoolbestuur als noodzakelijk voor het volgen van de opleiding worden opgegeven) en auteurs- of reprografierechten. Zij wordt aangerekend tegen kostprijs (is de aankoopprijs) en moet bij het begin van elk schooljaar geraamd en vóór de inschrijving aan de leerling meegedeeld worden.

Het staat een schoolbestuur uiteraard vrij deze kosten voor eigen rekening te nemen.

6.4.2. Bijdrage voor leerlingen in leeractiviteiten op maat of niet-regelmatige leerlingen

Een schoolbestuur kan de bijdrage voor deze leerlingen vrij bepalen, op voorwaarde dat het bedrag niet hoger ligt dan het bedrag dat een regelmatige leerling voor zijn inschrijving in een domein zou betalen.

 

a