tentoonstelling Architecturale Vormstudies
Architecturale Vormstudies

opening Vormstudies 4/12/2009

In de Gaanderij van de Academie van 4 december 2009 tot 30 januari 2010.

Werken van leerlingen ARCHITECTURALE VORMING VAN het DKO, 3de en 4de leerjaar,
                                     ARCHITECTURALE EN BINNENHUISKUNST van het KSO,
                                     Onder leiding van Stijn Van Caelenberg.

 

Tot het begin van de 20ste eeuw was er weinig aandacht voor wat aan een kunstwerk vooraf ging. Men zal geen verslagen vinden van tentoonstellingen van schetsen, tekeningen of maquettes. Tijdens het interbellum (de tijd van Dada en het Surrealisme) maakten kunstenaars volstrekt “nieuwe” kunst, beelden die nog niemand eerder op het netvlies had gekregen. Daardoor ging meer aandacht en waardering naar het artistiek proces. Jean Arp bijvoorbeeld, die tijdens wandelingen keien en bladeren verzamelde en nadien bewerkte (abstraheren, uitvergroten,…), werd ooit “een eenmanslabo voor nieuwe vormen” genoemd. In diezelfde periode heeft het Bauhaus, waaraan ons kunstonderwijs schatplichtig is, vormstudie geïnstitutionaliseerd als een belangrijk onderdeel van de Vorlehre, de initiatiecursus voor wie tot het Bauhaus werd toegelaten. Van de Russische constructivist Rodchenko kennen we prachtige vormstudies uit diezelfde periode, constructies van blokjes afvalhout.
Een aanzienlijk gedeelte van het oeuvre van beeldhouwers als Brancusi, Henry Moore, Carel Visser, … is uitgepuurde en coherente vormstudie.
Vormstudie is niet alleen essentiëel en artistiek waardevol, maar ook pedagogisch belangrijk. Om tot de resultaten te komen die op deze tentoonstelling getoond worden, moeten leerlingen een uitdaging aangaan, zichzelf overwinnen, keuzes durven maken en daarvan de consequenties ervaren.
Ook hedendaagse invloedrijke architecten Ă  la Rem Koolhaas, Frank O. Gehry of Renzo Piano hechten veel belang aan vormstudie: een aantal van hun assisten is constant in de weer met karton en kleefband in een artistieke zoektocht naar nieuwe vormen.
Er is een Phaidon-publicatie getiteld: “Imaginaire steden en fictieve constructies: Wanneer de kunst zich meester maakt van de archtectuur.” Via maquettes kan men  aan die verbeelding gestalte geven en via vormstudies verwerft men hierin de nodige know how.

Voor deze tentoonstelling werd op de witte wanden van de Gaanderij een zwarte strook aangebracht op ooghoogte.Het is een verwijzing naar de inventieve wijze waarop Le Corbusier het traditionele hoge raam verving door een langgerekt horizontaal strokenraam, waardoor de gevelgedeelten lijken te zweven en een geheel andere binnen-buiten-ervaring ontstaat.
Binnen deze zwarte strook werden de foto’s (A4-formaat) gerangschikt, zodat het geheel de aanblik biedt van een reeks negatieven op een filmrolletje. Een zelfde belichting en camerastandpunt tijdens het fotograferen, zorgt voor de éénheid in verscheidenheid. De maquettes zijn uitsluitend met wit karton opgebouwd. Net als de plaasteren afgietsels van menselijke figuren van George Segal door hun ruwheid en gebrek aan détail iets essentiëel menselijk hebben ( ze tonen “iedereen” in alledaagse situaties en handelingen), komen in de egaal witte objecten ruimte en schaduw ten volle tot hun recht en kan alle aandacht gaan naar de essentie van de vorm.

De leerlingen hebben vakantie-ervaringen (surfen, landschapselementen), dansbewegingen, bloemen en dieren als inspiratiebron voor hun vormstudie gekozen. Ook werken van Michelangelo, Maljevitch, Picasso, gebouwen van Sant’ Elia, Calatrava, Barragan, lemen architectuur uit Jemen en het Nieuw Museum van Hedendaagse Kunst in New York werden als uitgangspunt genomen. Een (gefotografeerde) tekening van dit laatste gebouw “opent” terecht de tentoonstelling: het gebouw is namelijk een stapeling van volumes en in die zin fundamentele architectuur en vormgeving. Een aantal maquettes danken hun ontstaan aan krabbels en droedels, waaruit vormen werden geïsoleerd, uitvergroot, gekanteld, gespiegeld en herhaald (Voor een indrukwekkend overzicht van vormsoorten en technieken: “Zo doe je dat. Grondbeginselen van vormgeving” van J.J. Beljon).
Deze tentoonstelling laat een bonte verzameling zien van repeterende vormen, progressies (stapsgewijs verkleinende of vergrotende vormen), veelvoudige symmetrie, centrifugale of exploderende vormen, stapelingen en clusters.
Wat deze tentoonstelling nog meer laat zien, is dat een aantal jonge, getalenteerde leerlingen goed op weg zijn naar een hoog niveau van abstract denken en dit zal hen later ongetwijfeld van nut zijn, welke discipline zij ook aanvatten.

Met dank aan Stijn Van Caelenberg.





Marc Vonck

 Â