tentoonstelling Tentoonstelling: De Ontscheping
Tentoonstelling: De Ontscheping

Tentoonstelling: De ontscheping

Uit de ateliers van het kunstsecundair onderwijs

15 januari tot 28 februari 2010
Ridderzaal Grote Markt Aalst
woensdag- en zaterdagnamiddag
van 14u - 17u

 

Opening ‘De ontscheping’

Eergisteren liep ik rond in de bibliotheek van Aalst: Bij toeval zie ik er het grote formaat van de laatste publicatie van de Academie in de rekken zitten. Het boek met de 200 houtskooltekeningen werd in 2005 ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Academie voor Beeldende Kunsten gemaakt door leerlingen van het Deeltijds en Voltijds secundair kunstonderwijs. Dat het boek er staat, doet ons allen, ook 5 jaar later, nog glimmen van trots. Het viel me echter op door welke boeken ‘ons’ boek geflankeerd werd. Links: De leukste musea, rechts: De schatten van het Louvre, daartussen: Aalsterse kroniek in 200 houtskooltekeningen. Deze toevalligheid brengt me naadloos bij de achtergrond en missie van deze expo die te water gelaten wordt onder de titel ‘De ontscheping’ ... ( de leukste musea? De schatten van het Louvre?)

Immers, wat is de reden van bestaan voor een kunst-school? En meer nog, voor een Academie met voltijds secundair onderwijs voor jongeren vanaf 14 jaar? ‘Leuk’ is wel van toepassing op de Academie – maar ‘leuk’ is blijkbaar geen eindterm in het onderwijs. Een museum is het niet – wél een laboratorium voor talent en enthousiasme. Schatten zijn er ook: bij leerlingen en leerkrachten. Het Louvre zijn we niet – we gaan er wel naartoe, zo vaak we kunnen.
Wat is de essentie van onderwijs? The core business, zoals dat in managersjargon heet. Volgens mij zijn er 2 missies die wij in ons KSO volgen:

Onze eerste doelstelling is, wat ik noem het Ta Da Da Dààà-effect bereiken. (5de symfonie van Beethoven). Van het eerste moment dat elk van ons dit Ta Da Da Dààà hoorde, kenden we het. We herkenden de noten, ook elke volgende keer, meer nog, we wisten dat er geen andere combinatie was. Het ljikt wel alsof we de melodie altijd al gekend hebben. Een leven en westerse cultuur zonder Ta Da Da Dààà is nu ondenkbaar geworden. Beethoven en zijn 5de symfonie zijn voor altijd een referentie geworden.
Op gelijke leest is heel wat ‘lesgeven’ en ‘leren’ geschoeid: de tafels van vermenigvuldiging (gemakkelijk), de spelling van werkwoorden in het Nederlands (al moeilijker), de veldslagen van 1302 en 1815, maar ook: Chartres en Amiens in de gotiek, de zonnebloemen van Van Gogh, de stoel van Rietveld. U haalt ze voor de geest terwijl ik het zeg. Heel wat onderwijs blijft hier hangen. De klaslokalen weergalmen van de feiten en ‘dingen die je vanaf nu niet meer mag vergeten’. Het moet allemaal zijn Ta Da Da Dààà hebben.

Voor het tweede aspect van onderwijs moet ik eerst een beroep doen op u, als proefkonijnen. Kwestie van te weten of het ook echt klopt… Ik geef u een woord en u onthoudt het eerste wat in uw gedachten opkomt. 1. Een kleur. 2. Een stuk gereedschap. Als het experiment klopt, heeft meer dan de helft van de proefpersonen een rode hamer bedacht. Nochtans wordt dit ons niet aangeleerd. We beseffen meestal ook niet dat veel van wat we ‘mooi’ vinden een context heeft. Bijvoorbeeld de Griekse tempels die in aantallen van zuilen, groeven in de zuilen enzovoort werken met de getallenreeks van Fibonacci. De verhoudingen van de gulden snede die van meubels tot huizen tot de opbouw van een schilderij ons oog weten te bekoren, maar ons ook op ons gemak doen voelen in die gemeubelde huizen. De uitdaging ligt erin om het nieuwe en andere met het bewuste en gekende samen te laten bestaan.

Volgens mij ligt de ‘rode hamer’ van ons kunstonderricht dat we verdergaan dan de Ta Da Da Dààà. We zoeken naar onverwachte hoeken, stellen algemeen aanvaarde oplossingen op de proef en komen met nieuwe antwoorden, andere accenten, eigen toepassingen.

In deze expo zitten 2 luiken.Ons lesgeven, in theorie en praktijk, wil niet gevangen zitten in een ivoren toren. De lessen en ateliers pikken in op wat er zich daadwerkelijk in de maatschappij afspeelt. Alle projecten die u hier kan zien, zijn daarin te kaderen.
Werken voor Te Gek?!, Mijn zachtste huid en Mensen voor Mensen brachten de wereld van de kwetsbare mens onder onze aandacht. Leerkrachten en leerlingen kregen getuigenissen en informatie uit de wereld van de psychiatrie, de brandwondenzorg en de vierde wereld.
Het Comenius-project Mobile Identities en het ABC voor de Bibliotheek doen ons focussen op de dragers van cultuur. Wie of wat dat is, bepalen we allemaal voor een groot en klein stuk zelf mee.
De andere werken worden vanuit een andere invalshoek ontscheept. De Academie is een stedelijke academie, niet van gelijk welke stad maar van deze stad, Aalst, Aalst aan de Dender.

Binnen deze context ontgroeien en ontgroenen we, onthaasten en ontsporen we, ontbreken en ontdekken we. En waarom dus ook niet: ontschepen we onze beelden van en voor de stad waarin we zijn. Ik wens u veel ontdekkings- en herkenningsplezier. En dat nog voor een heel jaar lang!

Â