Shelley Meert - Grondlaag

Affiche

 

Schilderijen en monotypes van Shelley Meert

In de Gaanderij van 5 december 2008 tot 24 januari 2009

>> users.telenet.be/shelleymeert


Shelley Meert toont schilderijen, olieverf op doek, en een reeks monotypes, drukken op papier. De werken zijn experimenteel en abstract, zeer gevarieerd in de behandeling van de verf en vaak met een intense diepte. Soms verglijdt het ene kleurvlak in het andere, op andere plaatsen is er een grote interactie tussen boven- en onderlagen, een interactie die bereikt wordt door zowel transparant (glacis) als dekkend of halfdekkend te werken. De verf wordt pasteus of verdund aangebracht. Lagen worden weggeschraapt, pigmentkorrels in de laag gewreven of gespat, om maar enkele van de vele werkwijzen te noemen die Shelley hanteert.

Dit is fundamenteel (onder)zoekend werk. “Is dit niet eerder gezien?”, zou men zich kunnen afvragen. Tenslotte, sinds het besef dat een schilderij niet een venster is, maar een plat vlak met verf erop (een statement waarmee de schilder Denis, eind 19de eeuw, de artisitieke wereld nog kon shockeren), is er voortdurend fundamentele schilderkunst “gepleegd”. Welnu, er zijn ook reeds duizenden stoelontwerpen en het lijkt dus geen zin te hebben om maar weer eens een nieuwe stoel te  ontwerpen. Toch gaan nieuwe generaties ontwerpers  aan de slag en kennen zij succes met hun creaties. Blijkbaar zit de zin in de behoefte om altijd opnieuw hetzelfde te doen, maar telkens te getuigen van een nieuwe sensibiliteit en dat is eveneens het geval voor wat het werk van Shelley Meert betreft.

Zelf spreekt Shelley over “een stille dialoog met de verf”, “een ontdekkingsreis”, “een metamorfose van de verf”. In vele gevallen is de aanzet een architecturale schets , een diagonaal, gecombineerd met horizontale en verticale lijnen. De opbouw van het schilderij gebeurt verder “al doende”, “ongeprogrammeerd”, maar steeds zoekende naar contrast en balans. In dit verband wil ik Constant Nieuwenhuys citeren : “Veel mensen denken dat colorisme betekent dat je veel en schreeuwende kleuren op je doek moet zetten. Maar het gaat om de balans. De kleuren moeten in balans zijn, zodat ze optimaal tot leven komen. Het is eigenlijk net als bij muziek. Niet de hardste tonen en de grootste intervallen zijn het mooist, maar het moment waarop alles samenvalt tot een perfect geheel.”

Shelley tracht in haar werk een diepte te scheppen, maar geenszins een definieerbaar object. Ook dat is een interessant esthetisch uitgangspunt. Wat onbestemd is, blijft intrigeren. Het roept vragen op, maar geeft z’n geheimen niet prijs. Hierbij moet ik denken aan het tweestemmig pianowerk “Vexations” van Erik Satie (het behoort tot de bundel “Pages Mystiques” en werd ooit hier in de Gaanderij van de Academie live uitgevoerd, de klok rond).  Je hoort in dit stuk twee stemmen, maar de toonafstanden tussen die twee zijn “ondefinieerbaar”. Er is geen referentiekader, ze horen in geen enkele toonaard thuis, komen van nergens en gaan naar nergens (d.i. zonder oplossing). Ik ken deze muziek nu meer dan veertig jaar en telkens weer blijf ik er geboeid naar luisteren.

Evenzo hoop ik dat Shelley Meert zal doorgaan op de ingeslagen weg en nog over vele jaren een boeiende artistieke carrière mag uitbouwen. Ik wil alvast op de eerste rij zitten.

Marc Vonck